Naar het fotoboek

Doelen zomer- t/m herfstvakantie

Tijdvak en doelen kleuters groep 2 van begin schooljaar tot aan de herfstvakantie

Rekenen

Taal

Fijne motoriek

Sociaal emotionele vorming

 
  • kan de telrij opzeggen vanaf 1 als liedje of versje
  • kan kleine hoeveelheden op het oog vergelijken: op ‘meer’, ‘minder’, ‘meeste’, ‘evenveel’ en vergelijkt grotere hoeveelheden met groot verschil in aantal op het oog op ‘meer’, ‘minder’, ‘meeste’, ‘minste
  • kan omgaan met hoeveelheidsbegrippen meer, minder, meeste, veel, weinig in verschillende betekenisvolle situaties
  • kan voorwerpen eerlijk verdelen over verschillende kinderen of bakjes
  • kan de dagen van de week in de goede volgorde benoemen
  • kan gebeurtenissen op plaatjes/foto`s in de juiste volgorde van tijd leggen deze volgorde uitleggen
  • weet hoe je aan instrumenten als zandloper, tellen, wijzers op de klok kunt zien dat er tijd verstrijkt en kan dit uitleggen
  • kan de telrij opzeggen tot tenminste 20
  • (her)kent hoeveelheidsbegrippen en kan ze actief toepassen: meer, minder, evenveel, minste, meeste, veel, weinig, erbij, eraf, samen, alles, niets, laatste, eerste,tweede,derde
  • kan hoeveelheden tot en met tenminste 12 representeren in een beeldgrafiek en kan dit interpreteren
  • kan hoeveelheden tot tenminste 12 vergelijken en ordenen op meer, minder, evenveel, meeste, minste
  • kan erbij- en eraf vragen oplossen
 
 
  • Kan aantal details aanwijzen op een plaat.
  • Kan eenvoudige vormen en patronen maken en namaken (rijgen, stempelen, kleuren, mozaïek- en kralenplankfiguren (na)leggen).
  • Kan eenvoudig betekenisvolle opdrachten onthouden en uitvoeren. (geef de lijm eens aan)
  • Heeft een passieve woordenschat van 4000 woorden
  • Heeft een actieve woordenschat van 2000 woorden.
  • Kent enkele gespreksregels als stil zijn tijdens het luisteren, de ander uit laten praten.
  • Stelt vragen om ergens meer over te weten te komen (wie, wat, waar, waarom).
  • Beleeft zichtbaar plezier aan voorlezen, boeken en rijmpjes
  • Heeft zichtbaar plezier in voorlezen en boeken
  • Weet dat verhalen een opbouw hebben en dat een boek een begin en einde heeft
  • Weet dat de voor- en achterkant van het boek informatie over de inhoud geven
  • Weet dat je briefjes, boeken, tijdschriften kan lezen om iets te weten te komen.
 
 
  • Kan over een lijn lopen, op tenen staan en lopen
  • kan blokken nauwkeurig plaatsen.
  • Bouwt tekening op met een beperkt aantal vormen (cirkels en lijntjes).
  • . Duidt met eenzelfde vorm verschillende dingen aan (bijvoorbeeld: een kopvoeter stelt de ene keer een dier voor en de andere keer een mens. Symbolisch realisme).
  • Kan de eigen belangrijkste lichaamsdelen ( hoofd, mond, oren, ogen, buik, rug, benen, voeten ) aanwijzen
  • Kan meetkundige begrippen herkennen en toepassen in relatie tot zichzelf en ten opzichte van het eigen lichaam
  • Kan eenvoudige constructies nabouwen
  • Houdt zich aan regels en afspraken bij spelletjes als tikkertje
  • Het lopen is goed gecoördineerd, ritmisch
  • Kan over smalle balk lopen
  • kan materialen aan elkaar plakken
  • kan met klein constructiemateriaal complexe figuren maken/leggen
 
 
  • Ontdekt verschillen en overeenkomsten tussen zichzelf en de anderen in de groep.
  • Heeft plezier in het leren van nieuwe dingen
  • Voelt zich op zijn/haar gemak in de eigen groep
  • Praktische handelingen: waar moet alles staan
  • Huishoudelijke handelingen: opruimen, tafel schoonmaken en kruimels weg vegen
  • Leren samenwerken en delen/maatjeswerk
  • Houdt rekening met gevoelens en wensen van anderen
  • Toont bewondering voor elkaars vaardigheden en mogelijkheden
  • Kent de sterke en zwakke punten van een ander
  • Weet dat er door tegenstrijdige belangen conflicten kunnen ontstaan die je samen kunt oplossen
  • PBS lesjes