Naar het fotoboek

Doelen zomer- tot herfstvakantie

Thema’s:

Periode: 1. Zomervakantie - herfstvakantie

·         Ik/ de school en schoolreisje.

·         Kunst/ kleur en vorm Kinderboekenweek thema vriendjes)

Doelen groep 1

Doelen groep 2

Sociaal emotioneel

 

Zelfbeeld

 

 Kent de namen van kinderen uit de eigen groep

Heeft kennis van de ander

Kent verschillen en overeenkomsten tussen zichzelf en de anderen in de groep

Relatie met volwassenen

 

 

Voert zelfstandig opdrachten uit en zet door wanneer iets niet direct lukt

Relatie met andere kinderen

 

Toont voorkeur voor bepaalde kinderen

Houdt rekening met gevoelens en wensen van anderen

Toont bewondering voor elkaars vaardigheden en mogelijkheden

Kent de sterke en zwakke punten van een ander

Weet dat er door tegenstrijdige belangen conflicten kunnen ontstaan die je samen kunt oplossen

Spelontwikkeling

 

Kan bij simpele spelregels zijn/haar beurt afwachten.

Houdt zich aan regels en afspraken bij spelletjes als tikkertje

Taakgericht en zelfstandigheid

 

Naast intuïtief reageert hij/zij ook meer bewust.

Geeft zijn/haar mening

Vraagt iemand anders om hulp

Staat stil bij wat hij/zij al kan

Redt zichzelf (ritsen en knopen open- en dichtdoen; zich aankleden zonder hulp; gaat zelfstandig naar de wc).

Motoriek

 

Grote motoriek

 

Maakt goed gecoördineerde bewegingen van armen en benen bij het lopen

Het lopen is goed gecoördineerd, ritmisch

Kan over smalle balk lopen

Kleine motoriek

 

kan klein bouwmateriaal hanteren

kan materialen aan elkaar plakken

kan met klein constructiemateriaal complexe figuren maken/leggen

Tekenontwikkeling

 

Tekent wat belangrijk is groot

Tekent steeds vaker de juiste verhoudingen

Rekenen

 

Lichaam oriëntatie

 

Kan lichaamsdelen bij anderen aanwijzen en benoemen en de functies ervan benoemen

Kan enkelvoudige opdrachten uitvoeren en benoemen zoals wijs je schouder aan

 

Ruimtelijke oriëntatie

 

Kan mozaïekfiguren (na)maken en kan eenvoudige vormen als cirkel, vierkant, kruis en driehoek natekenen

Kan eenvoudige opdrachten uitvoeren met een spiegeltje (figuren verdubbelen)

 

Kan eenvoudige bouwwerken nabouwen

Kan bouwwerken /constructies nabouwen( railsparcours, duplo- of legofiguur)

Kan bouwwerken/ constructies vanaf een tekening/foto nabouwen

Begrijpt wat een spiegel doet

 

Kan de bewegingen van een ander spiegelen

 

Kan met behulp van een spiegel één spiegelbeeld van een eenvoudig figuur leggen

 

Kan de eigen schaduw groter en kleiner maken

 

Tijd oriëntatie

 

is zich bewust van veranderingen en weerselementen in de seizoenen

kan de dagen van de week in de goede volgorde benoemen

kan gebeurtenissen op plaatjes/foto`s in de juiste volgorde van tijd leggen deze volgorde uitleggen

weet hoe je aan instrumenten als zandloper, tellen, wijzers op de klok kunt zien dat er tijd verstrijkt en kan dit uitleggen

Beginnende gecijferdheid

 

kan de telrij opzeggen tot tenminste 10

kan de telrij opzeggen tot tenminste 20

kan hoeveelheidsbegrippen passief gebruiken: meer, minder, evenveel, minste, meeste, veel, weinig,erbij, eraf, samen, niets

(her)kent hoeveelheidsbegrippen en kan ze actief toepassen: meer, minder, evenveel, minste, meeste, veel, weinig, erbij, eraf, samen, alles, niets, laatste, eerste, tweede, derde

kan hoeveelheden tot en met tenminste 10 representeren in een beeldgrafiek

kan hoeveelheden tot en met tenminste 12 representeren in een beeldgrafiek en kan dit interpreteren

kan bij eenvoudige erbij en eraf situaties tot 6 tot een oplossing komen

kan hoeveelheden tot tenminste 12 vergelijken en ordenen op meer, minder, evenveel, meeste, minste

kan erbij- en eraf vragen oplossen

Logisch denken

 

kan verschillende grootheden onderscheiden en in betekenisvolle situaties begrijpen en herkennen ( lengte, tijd, geld, gewicht, oppervlakte, inhoud)

kan verschillende grootheden onderscheiden en in betekenisvolle situaties begrijpen en gebruiken ( lengte, tijd, geld, gewicht, oppervlakte

kan objecten vergelijken en ordenen naar lengte

en oppervlakte op verschillende manieren: via het oog, via direct meten met een natuurlijke maat

kan verschillende eenvoudige grafische voorstellingen aflezen, zoals een cirkel waarin de dagindeling wordt aangegeven of een staafgrafiek waarin lengtes zijn afgebeeld met stroken: wie is langer? Hoe zie je dat?

kan enkele voorwerpen die (aanzienlijk) in gewicht verschillen vergelijken en ordenen naar gewicht op verschillende manieren: op het oog, wegen met de handen, met de balans-weegschaal

. Kan objecten vergelijken en ordenen naar lengte, omtrek en oppervlakte op verschillende manieren: op het oog, via direct meten ( naast elkaar houden, op elkaar leggen)of indirect meten ( met een natuurlijke maat)

kan begrippen rond gewicht herkennen in betekenisvolle, eenvoudige situaties: zwaar- zwaarder-zwaarst, licht- lichter- lichtst, even zwaar/licht

kan enkele voorwerpen die (aanzienlijk) in gewicht verschillen vergelijken en ordenen naar gewicht op verschillende manieren: op het oog, wegen met de handen, met de balans-weegschaal en kan conclusies trekken uit de stand van de balans bij het wegen van twee voorwerpen

weten dat bedragen aangeven hoe duur iets is en dat je voor het geven van geld iets krijgt, bijvoorbeeld een voorwerp

kan begrippen rond gewicht herkennen en gebruiken in betekenisvolle, eenvoudige situaties en in tegenstellingen: zwaar- zwaarder-zwaarst, licht- lichter- lichtst, even zwaar/licht

kan uitleggen hoe het systeem van kopen en betalen in elkaar zit aan de hand van eenvoudige winkelsituaties en sparen

Taal

 

Visuele waarneming

 

Kan meerdere (10) details aanwijzen op een plaat

. Ziet de kleine verschillen tussen letters/cijfers

Auditieve waarneming

Auditieve waarneming

Herkent verschillen tussen geluiden (hard/zacht, hoog/laag)

Kan losse klanken van een eenlettergrepig woord samenvoegen tot één woord

Kan geluiden lokaliseren

Herkent letters (auditief) in een woord

Mondelinge taalontwikkeling

 

Gebruikt samengestelde zinnen met een eenvoudige structuur (tot ongeveer 5 jaar).

. Heeft een passieve woordenschat van gemiddeld 7000 woorden

Kan vertellen over eigen ontdekkingen, observaties

Heeft een actieve woordenschat

Kan uitvoerig en samenhangend vertellen over wat hij gedaan of meegemaakt heeft.

Kent de gespreksregels en handelt er naar (zoals de ander uit laten praten)

Kan op communicatief adequate wijze spontaan vertellen over onderwerpen die hem bezig houden

Gebruikt vraagzinnen om ergens meer over te weten te komen: hoeveel, waarmee, welke, wanneer?

Kan op gepaste wijze de hulp van een ander inroepen

Praat over taal en praten. Verbetert eigen taalgebruik.

Geletterdheid

 

Beleeft zichtbaar plezier aan voorlezen, boeken en rijmpjes door mee te leven met personages en het uiten van gevoelens of mening

Heeft zichtbaar plezier in voorlezen en boeken

Weet dat verhalen een opbouw hebben en dat een boek een begin en einde heeft

Weet dat de voor- en achterkant van het boek informatie over de inhoud geven

Weet dat je briefjes, boeken, tijdschriften kan lezen om iets te weten te komen.

PBS

 

Elke week hebben we een regel op school waar we extra aandacht aan besteden door middel van gedragslessen.

De onderwerpen zijn:

Plein

Gang

Waarden schoolbreed

Toilet

Stop loop praat
Trap
Respect

Zie groep 1