Naar het fotoboek

Doelen voorjaar-, tot meivakantie

Rekenen

Automatiseren

 

·  Getalvolgorde t/m 1000

·  Positiewaarde en ordenen getallen t/m 1000

·  Optellen en aftrekken
t/m 1000

·  Tafels 0 t/m 10

·  Tientaltafels

·  Vermenigvuldigingen

·  Deeltafels

·  Geld: gepast betalen, inwisselen

·  Tijd: klokkijken, uur, minuut, seconde, kalender

·  Lengte: maat bepalen, km, m, cm

·  Gewicht: g en kg, maat bepalen

·  Inhoud: liter

 

Instructie

 

Tellen en getalbegrip:

·  Samenstelling getallen
t/m 1000

·  Tellen met sprongen van
20, 25 en 50

 

Bewerkingen:

·  Optellen en aftrekken
t/m 1000

·  Handig rekenen

·  Schatten optellen t/m 1000

·  Toepassingen/context

 

Vermenigvuldigen en delen:

·  Tafels tussen 10 en 20

·  Vermenigvuldigingen

·  Delen in context

·  Delen met rest

 

Geld:

·  Toepassingen

 

Tijd:

·  Klokkijken analoog en digitaal

·  Tijdschema aflezen

 

Meten:

·  Lengte: m en cm (kommanotatie), introductie decimeter

·  Gewicht: kg en halve kg

 

Meetkunde:

·  Blokkenbouwsels

·  Plattegronden

·  Positie bepalen

 

Diversen:

Verhoudingen: uitrekenen van hoeveelheden

 

Taal

De kinderen krijgen elke dag een instructie les taal m.b.v. de “instapkaart”. Na de instructie en inoefening gaan de kinderen de les verwerken op hun tablet. 

Woordenschat uitbreiden met woorden van de week vanuit methode en met woorden van MI-thema.

Bijv:

Wat is het hele werkwoord: Ik lig in de zon = liggen.

Morgen ga/ging jij naar het park.

Welke tijd kies je hier: tegenwoordige tijd=tt of verleden tijd=vt

Voor meer informatie: klik hier

 

Spelling

 

1. Horen (denken), nazeggen: Goed uitspreken; wat zijn moeilijke klanken?

2. Onderscheiden (auditief): Herken ik alle klankgroepen, hoor ik waar de klemtoon is?

3. Herkennen (auditief): Herken ik de categorie? Moet ik een regel toepassen? Waar moet ik een keuze maken en wat moet ik kiezen? Waarover twijfel ik?

4. Opschrijven: Zie ik het voor me? Opletten dat ik de struikelpunten goed doe. Schrijf ik duidelijk en netjes?

5. Controleren: Heb ik aan alles gedacht? Klopt het wat er nu staat? Kan ik vertellen waarom ik het woord zo heb geschreven?

6. Toepassen in eigen teksten: Herken ik tijdens het schrijven al bekende categorieën? Herken ik welke letters bij de klanken passen?

 

Regels:

*lange klank aan het einde: sla

*au-ou, auw-ouw

*Eind D of T: vliegveld

*je-tje-etje: ringetje

*ch  cht: ach, bocht

*De lettervrek: lopen

*De opsluitregel: bakken

 

 

Voor meer informatie: klik hier

 

Begrijpend lezen

Twee keer per week oefenen de kinderen begrijpend lezen. Eén keer oefenen we m.b.v. Nieuwsbegrip. Dit zijn actuele teksten waarbij elke week een andere strategie geoefend wordt. Deze strategie draagt bij tot beter begrip van de tekst. De strategieën die aan bod komen zijn: voorspellen, ophelderen van onduidelijkheden, samenvatten, vragen stellen, relaties en verwijswoorden, verbanden leggen m.b.v. signaalwoorden.

Voor de 2e les begrijpend lezen maken we gebruik van een tekst die past bij het thema MI, een tekst uit het CITO-hulpboek of een leestekst die hoort bij Blits, onze methode voor studievaardigheden.

 

Lezen:

Technisch lezen op eigen AVI-niveau.

Dit vindt plaats tijdens stillezen(5x per week) en duo-lezen(2x per week).

Voor thuis: boeken te leen in bibliotheek, gratis lidmaatschap voor kinderen.

Woorden lezen in 1 minuut. Dit blad krijgen de kinderen altijd mee naar huis samen met taakbrief.

 

MI

Geschiedenis:

1.       Wanneer was de tijd van het oude Egypte?

2.       Wat dachten de Egyptenaren dat er met je zou gebeuren als je doodging?

3.       Wat is een hiëroglief? Wat is een farao?

4.       Noem 3 beroepen die de meeste Egyptenaren hadden?

5.       Welke rivier heeft Egypte beroemd gemaakt?

 

 

PBS

Elke week hebben we een regel op school waar we extra aandacht aan besteden middels gedragslessen. De onderwerpen zijn:

Werkplekken (werk meenemen, werkplek netjes achterlaten)

Schoolbreed (de afspraken over respect binnen de school)

De gang (rustig lopen, handen thuis houden)