Naar het fotoboek

Doelen zomer- t/m herfstvakantie

Doelen groep 5:

Rekenen

Rekendoelen blok 1A

Getallen:

-oriëntatie op de getallen tot en met 1000 (op de getallenlijn)

Structureren:

-getallen tot en met 1000

Bewerkingen:

- vermenigvuldigen, herhalen strategieën

- introductie van de tafel van 7

- delen, oefenen met deelsituaties

- optellen en aftrekken tot en met 100

- samenhang tussen optellen en aftrekken

-aftrekken, verschil bepalen

Meten:

-lengte, herhalen van meter en centimeter

-verhoudingen

Geld:

-herhalen gepast betalen met teruggeven tot 1 euro

Meetkunde:

- verkennen van symmetrie

Tijd:

-introductie van de minuut

Rekendoelen blok 2A

Getallen:

-getallen tot en met 1000 op de getallenlijn

Structureren:

-getallen tot en met 1000

-getallen tot en met 1000 in geldcontext

Bewerkingen:

-vermenigvuldigen, introductie van de tafel van 8

-delen, introductie van het deelteken

-delen, samenhang tussen delen en vermenigvuldigen

-optellen en aftrekken tot en met 100 (handig rekenen)

-optellen en aftrekken tot en met 100 in contexten

Meten:

-lengte, introductie van de kilometer

-gewicht, introductie van de gram

-klokkijken, hele en halve uren (digitaal)

Geld:

-herhaling teruggeven tot 100 euro

Meetkunde:

-vogelvluchtperspectief

Voor meer informatie  (voorbeeldsommen bij bovenstaande  rekendoelen)

Taal

Leerdoelen Taal actief 4: Taal

De kinderen krijgen elke dag een instructie les taal m.b.v. de “instapkaart”. Na de instructie en inoefening gaan de kinderen de les verwerken op hun tablet. 

Voor meer informatie t.a.v. regels, voorbeelden, uitleg (instapkaarten)

 

Spelling

Leerdoelen Taal actief 4: spelling

1. Horen (denken), nazeggen: Goed uitspreken; wat zijn moeilijke klanken?

2. Onderscheiden (auditief): Herken ik alle klankgroepen, hoor ik waar de klemtoon is?

3. Herkennen (auditief): Herken ik de categorie? Moet ik een regel toepassen? Waar moet ik een keuze maken en wat moet ik kiezen? Waarover twijfel ik?

4. Opschrijven: Zie ik het voor me? Opletten dat ik de struikelpunten goed doe. Schrijf ik duidelijk en netjes?

5. Controleren: Heb ik aan alles gedacht? Klopt het wat er nu staat? Kan ik vertellen waarom ik het woord zo heb geschreven?

6. Toepassen in eigen teksten: Herken ik tijdens het schrijven al bekende categorieën? Herken ik welke letters bij de klanken passen?

Voor meer informatie over bovenstaande spellingsregels (instapkaarten)

MI

Aardrijkskunde :

Oost-Nederland:

  1. Maak een tekening van de kringloop van het water.
  2. Welke twee grondsoorten vind je vooral in Oost-Nederland?
  3. Wat is een stuwwal? Hoe zijn ze ontstaan?
  4. Welke 3 soorten rivieren zijn er?
  5. Hoe heten de hoofdsteden van Gelderland en Overijssel? Schrijf de namen op de juiste plaats  in het kaartje.

 

Zuid-Nederland:

1. Wat betekenen de letters NAP en leg uit wat hiermee bedoeld wordt.

2. Hoe komt het dat Limburg zoveel heuvels heeft?

3. Wat gebeurde er in Zeeland in 1953?

4. Wat is het verschil tussen bio-industrie en een biologische boerderij?

5. Wat kun je als toerist in Limburg, Noord-Brabant en Zeeland doen?

PBS
Elke week hebben we een regel op school die centraal staat.
Hier besteden we aandacht aan in de vorm van gedragslessen, filmpjes, voorbeelden uit de praktijk etc. We werken aan onze waarden respect, verantwoordelijkheid en veiligheid.
De kinderen kunnen gedurende de week klasgenoten nomineren. Elke maandagochtend verzamelen we in de hal beneden, waar we onze Toppers bekend maken. Zij komen met hun foto op onze wall of fame te hangen. De nieuwe regel wordt besproken en uitgebeeld door een groepje leerlingen.
Eerst een fout voorbeeld, gevolgd door een voorbeeld waarin duidelijk te zien is hoe het wel moet.

Deze periode staat centraal:

- Respect: respect voor elkaar, school en klas.
- Waarden schoolbreed: respect, verantwoordelijkheid.
- Plein: Wij spelen met de materialen waarvoor het bedoeld is.
- Gang: Wij lopen rustig op de gang en hangen onze jas op de kapstok.

- Toilet: Wij laten de wc netjes achter