Naar het fotoboek

doelen kerst- tot voorjaarsvakantie

Rekenen

Blok 4a:

  • Aftrekken tot 10000 met kleine verschillen
  • Optellen en aftrekken tot 10000 800 + ? = 2100
  • Hoofdrekenend delen met grotere getallen
  • Lezen en interpreteren van staafgrafieken
  • Introductie van het beelddiagram (pictogram)
  • Breuken met teller groter dan 1 op de getallenlijn
  • Koppeling breuken en kommagetallen
  • Cijferend optellen van meerdere getallen, ook geldbedragen

Blok 1b:

  • Breuken met teller > 1
  • Introductie van de cm3
  • Uitrekenen van het gemiddelde
  • Vermenigvuldigen en optellen van geldbedragen
  • Handig optellen van geldbedragen
  • Berekenen van afstanden
  • Werken met de verhoudingstabel afstand – tijd
  • Het vergelijken van breuken Wat is het meest?
  • Kolomsgewijs vermenigvuldigen
  • Het aflezen van digitale openingstijden
  • Delen met grote getallen met rest

 

Voor meer informatie t.a.v. regels, voorbeelden, uitleg (instapkaarten)

 

 

Taal

Leerdoelen Taal actief 4: Taal

Er wordt 5 keer per week aandacht besteed aan taal. Daarnaast zullen er gedurende het jaar stel-, schrijf- of presenteeropdrachten gegeven moeten worden. De taal lessen, zullen gemaakt worden op de tablets.

 

Thema 4: verandering

-          De kinderen leren verschillende manieren om een zelfstandig naamwoord in het meervoud te zetten.

-          De kinderen leren de vervoeging van de onregelmatige werkwoorden hebben ,zijn, kunnen, mogen, willen en zullen

-          De kinderen kunnen zinsdelen onderscheiden door ze te verplaatsen

-          De kinderen kunnen op de juiste plekken in een zin komma’s plaatsen.

-          De kinderen kunnen een reeks woorden in alfabetische volgorde zetten.

Thema 5: Aarde

-          De kinderen leren wat voegwoorden zijn en kunnen zinnen koppelen met de onderschikkende voegwoorden van tijd

-          De kinderen verkennen de regel voor je/jij als onderwerp achter de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd

-          De kinderen kunnen het gezegde aanwijzen in een zin

-          De kinderen leren wat scheidbaar samengestelde werkwoorden zijn en dat beide dezen van een scheidbaar samengesteld werkwoord bij het gezegde horen

-          De kinderen kunnen zelfstandige naamwoorden in het meervoud en verkleinwoorden opzoeken in een woordenboek

Voor meer informatie t.a.v. regels, voorbeelden, uitleg (instapkaarten)


Spelling

Leerdoelen Taal actief 4: spelling 

 

1. Horen (denken), nazeggen: Goed uitspreken; wat zijn moeilijke klanken?

2. Onderscheiden (auditief): Herken ik alle klankgroepen, hoor ik waar de klemtoon is?

3. Herkennen (auditief): Herken ik de categorie? Moet ik een regel toepassen? Waar moet ik een keuze maken en wat moet ik kiezen? Waarover twijfel ik?

4. Opschrijven: Zie ik het voor me? Opletten dat ik de struikelpunten goed doe. Schrijf ik duidelijk en netjes?

5. Controleren: Heb ik aan alles gedacht? Klopt het wat er nu staat? Kan ik vertellen waarom ik het woord zo heb geschreven?

6. Toepassen in eigen teksten: Herken ik tijdens het schrijven al bekende categorieën? Herken ik welke letters bij de klanken passen?

 

De doelen waar wij deze weken aan gaan werken

 

Thema 4: verandering

25: Woorden met eind –d of midden –d die klinkt als een t.

27b: woorden met een open lettergreep in het midden

28: Woorden met een verdubbeling van medeklinker

 

Thema 5: Aarde

37 a: Samenstellingen zonder tussenletter

37b: Samenstellingen zonder tussenletter met z die klinkt als s

10a: Woorden met ei

10b: woorden met ij

11a: woorden met au

11b: woorden met ou

20: woorden met ge die klinken als zje

 

Voor meer informatie t.a.v. regels, voorbeelden, uitleg (instapkaarten)

  

Begrijpend lezen

Twee keer per week oefenen de kinderen begrijpend lezen. Eén keer oefenen we m.b.v. Nieuwsbegrip. Dit zijn actuele teksten waarbij elke week een andere strategie geoefend wordt. Deze strategie draagt bij tot beter begrip van de tekst. De strategieën die aan bod komen zijn: voorspellen, ophelderen van onduidelijkheden, samenvatten, vragen stellen, relaties en verwijswoorden, verbanden leggen m.b.v. signaalwoorden.

Voor de 2e les begrijpend lezen maken we gebruik van een tekst die past bij het thema MI, een tekst uit het CITO-hulpboek of een leestekst die hoort bij Blits, onze methode voor studievaardigheden.

 

Lezen:

Technisch lezen op eigen AVI-niveau.

Voor thuis: boeken te leen in bibliotheek, gratis lidmaatschap voor kinderen.

Begrijpend lezen: teksten van Nieuwsbegrip, Blits: studievaardigheden.

Woorden lezen in 1 minuut.

 

 MI

Thema: Romeinen

vraag 1: wat betekenen deze woorden: de gladiator, de therm, het aquaduct, het castellum?

vraag 2: noem 5 Romeinse goden. Wat betekenen ze?

vraag 3: Welke landen hoorden bij het Romeinse Rijk?  Noem er minimaal 5.

vraag 4: Wat is er nu nog over uit de Romeinse tijd?

vraag 5: Maak 2 sommen met Romeinse getallen. Gebruik verschillende cijfers.

 

Thema: West – Nederland

1:De randstad is dichtbevolkt. Noem 3 problemen die hierdoor ontstaan en geef bij elk probleem een oplossing.

2:Waarom is de ligging van de haven van Rotterdam zo belangrijk?

3:Wat betekent het woord multicultureel?  Noem twee redenen waarom in de grote steden veel mensen uit verschillende culturen en landen wonen? Noem drie landen waar ze vandaan komen.

4: In de staalfabriek in IJmuiden wordt staal gemaakt. Wat is de grondstof van staal?

5: In het westland liggen veel tuinbouw bedrijven. Welke twee soorten tuinbouw heb je? En noem bij elk 2 voorbeelden.

 

PBS

Elke week hebben we een regel op school waar we extra aandacht aan besteden middels gedragslessen.

De onderwerpen zijn:

Stop hou op

- Kinderen geven aan wanneer het vervelend is.

- We laten dit zien met een kaarsje

Trap

- We lopen rechts op de trap

- We lopen veilig op de trap

Plein

-We gaan met de spullen om waarvoor ze dienen

Toilet

- We laten de toilet netjes achter voor een ander