Naar het fotoboek

Doelen voorjaar-, tot meivakantie

Groep 6.

 

Rekenen

Blok 1

  • Handig rekenen, optellen tot 10000 Welke 3 getallen zijn samen 6000?
  • Windroos en windrichtingen
  • Positieschema met getallen tot 20000
  • Benoemen en noteren van breuken met teller 1
  • Introductie hectometer met toepassing in kommagetallen
  • Telrij tot 20000 en wat zijn de buurgetallen van een willekeurig getal.
  • Cijferend optellen tot 1000
  • Aftrekken tot 10000 met kleine verschillen 5004 – 4997 =
  • Kolomsgewijs aftrekken tot 1000
  • Uitrekenen van oppervlakten
  • Getallen tot 20000 op volgorde zetten van klein naar groot
  • Kalender
  • Optellen, aanvullen en aftrekken tot 10000
  • Delen met rest in contextsituaties
  • Herkennen van diverse afbeeldingen in vogelvluchtperspectief op een plattegrond

Blok 2

  • Cijferend optellen
  • Handig combineren van getallen in context gewicht
  • Aftrekken in context geld 50 cent minder
  • Optellen tot 20000 in een positieschema
  • Breuken met teller 1; hoeveel is 1/3 deel van 60 bekertjes
  • Rekenen met een verhoudingstabel
  • Introductie van de tekens < en >
  • Cijferend aftrekken
  • Schattend optellen en aftrekken tot 1000 met 3 getallen
  • Kalender
  • Lezen en interpreteren van verschillende grafieken
  • Optellen, aftrekken, vermenigvuldigingen en delen tot 1000

 Voor meer informatie: klik hier

Taal

Leerdoelen Taal actief 4: Taal

Thema 5  Aarde

-De kinderen leren hoe je  van twee zinnen één zin maakt met een voegwoord

-De kinderen leren hoe je  de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd schrijft als er jij of je als onderwerp achter staat.

-De kinderen leren wat het gezegde is

-De kinderen leren  wat een samengesteld werkwoord is

 

Thema 6 Lichaamstaal

-De kinderen leren wat een afleiding is

-De kinderen leren wat enkelvoudige en samengestelde woorden zijn

-De kinderen leren hoe het komt dat je persoonsvormen die eindigen op de klank [t] schrijft met –t,-d of –dt

De kinderen leren wat aanhalingstekens zijn en wanneer je ze gebruikt

 

Voor meer informatie: klik hier

Spelling

1. Horen (denken), nazeggen: Goed uitspreken; wat zijn moeilijke klanken?

2. Onderscheiden (auditief): Herken ik alle klankgroepen, hoor ik waar de klemtoon is?

3. Herkennen (auditief): Herken ik de categorie? Moet ik een regel toepassen? Waar moet ik een keuze maken en wat moet ik kiezen? Waarover twijfel ik?

4. Opschrijven: Zie ik het voor me? Opletten dat ik de struikelpunten goed doe. Schrijf ik duidelijk en netjes?

5. Controleren: Heb ik aan alles gedacht? Klopt het wat er nu staat? Kan ik vertellen waarom ik het woord zo heb geschreven?

6. Toepassen in eigen teksten: Herken ik tijdens het schrijven al bekende categorieën? Herken ik welke letters bij de klanken passen?

 

 

Thema 5: Aarde

·         37 a: Samenstellingen zonder tussenletter

·         37b: Samenstellingen zonder tussenletter met z die klinkt als s

·         10a: Woorden met ei

·         10b: woorden met ij

·         11a: woorden met au

·         11b: woorden met ou

·         20: woorden met ge die klinken als zje

 

Thema 6: Lichaamstaal

·         19a: woorden met het achtervoegsel –heid

·         13a: woorden met c die klinkt als s

·         13b: woorden met c die klinkt als k

·         33a: woorden die beginnen met ‘s

·         33b: woorden die eindigen met ‘s

 

Voor meer informatie: klik hier

 

Begrijpend lezen

Twee keer per week oefenen de kinderen begrijpend lezen. Eén keer oefenen we m.b.v. Nieuwsbegrip. Dit zijn actuele teksten waarbij elke week een andere strategie geoefend wordt. Deze strategie draagt bij tot beter begrip van de tekst. De strategieën die aan bod komen zijn: voorspellen, ophelderen van onduidelijkheden, samenvatten, vragen stellen, relaties en verwijswoorden, verbanden leggen m.b.v. signaalwoorden.

Voor de 2e les begrijpend lezen maken we gebruik van een tekst die past bij het thema MI, een tekst uit het CITO-hulpboek of een leestekst die hoort bij Blits, onze methode voor studievaardigheden.

 

MI

 

Thema klooster:

1: Wat voor werk deden monniken? Hoe zag hun dagelijks leven eruit?

2: Wat was de grote volksverhuizing?

3: Wie was Willibrord?

4: Wat is het verschil tussen het Christendom en de godsdienst van de Germanen?

5: Wie was Karel de Grote?

 

Thema Vikingen:

1: Waarom was met bang voor de Vikingen?

2: Hoe heet het gebied waar de Vikingen woorden? Welke landen horen bij dat gebied?

3: Waar zijn de Vikingen op hun reizen geweest?

4: Wanneer was de tijd van de Vikingen?

5: Wat zijn runentekens en hoe ziet een drakkar  eruit?

 

 

PBS

Elke week hebben we een regel op school waar we extra aandacht aan besteden middels gedragslessen.

Stop hou op

- Kinderen geven aan wanneer het vervelend is.

- We laten dit zien met een kaarsje

Trap

- We lopen rechts op de trap

- We lopen veilig op de trap

Plein

-We gaan met de spullen om waarvoor ze dienen

Toilet

-          We laten de toilet netjes achter voor een ander

Gang

-          We hangen onze jas netjes aan de kapstok