Naar het fotoboek

Doelen zomer- tot herfstvakantie

Rekenen 

Blok 1

Handig rekenen

- vermenigvuldigen in geldcontext 2 x € 2,95 = / 4 x € 2,95 =

- 8 x 15 = 4 x ....

- 12.500 + 7.100 + 235 =

- optellen en aftrekken 145 + 198 = / 490 – 149 =

Optellen en aftrekken

- cijferend; met 2 of 3 getallen  4232 + 3635 + 745 = 1600 + 400 = ... + 400 = ....

- aanvullen tot 100.000  32.500 + ....= 50.000 , 11.250 + 15.500 =, 50.000 – 12.000 =

- getallen samenstellen tot 100.000

- in geldcontext (korting) €47,- voordeel van €243,- voor ...

Breuken

- een deel van het geheel nemen  25 is .... Deel van 100

- vergelijken van breuken (<1)  Wat is meer 1/4 of 1/3 ?

- op de getallenlijn

- deel van het geheel uitrekenen 1/4 deel van 80 m is .... m

Klok

- tijdsduur Hoeveel ben je te laat ?

Meten

- relatie tussen de verschillende lengtematen

- introductie van de decameter (dam)

- oppervlakte uitrekenen met formule l x br.

- omtrek uitrekenen met formule 2 x l + 2 x br.

- herhalen lengtematen Hoeveel stukken van 0,5 m en van 0,25 m gaan in 1 m?

- introductie van de kubieke decimeter (dm3)

- herleiden van lengtematen 5 planken van 80 cm is ....m

- spiegelen en symmetrie bepalen

Schattend rekenen

- rekenen met geld. Heb je genoeg aan € 20,-?

Kommagetallen

- 2 cijfers achter de komma bij geldbedragen en maten € 110,12  En dit volgens het H T E t h noteren.

Geld

- inwisselen voor 1 briefje 20 briefjes van 5 euro,1 briefje van .... Euro

Tijd

- geboortedata 30-08-1951 , 30 augustus 1953 .... jaar oud

- tijdsduur  hoelang duurt de busreis (a.d.h.v. dienstregeling)

Vermenigvuldigen

- cijferend (verkort) 53 x 7 = ....

- vermenigvuldigen in geldcontext Hoeveel kosten 8 kwasten van € 3,25?

Delen

- herhaald aftrekken 136 : 8 =

Verhoudingen

- aanbiedingen vergelijken

Kommagetallen

- maatverfijning

- kommagetallen met 1 en 2 cijfers achter de komma vergelijken

- Wat is meer: 1,01 of 1,1?

 

Blok 2

Handig rekenen

- optellen en aftrekken tot 1000 216 + 99 = / 318 – 99 =

- vermenigvuldigen 6 x 36 = 216 12 x 36 = ....

- vermenigvuldigen 25 x 12 = / 24 x 12 =

 Aftrekken / Optellen

- 1000 – 1 = / 30.000 – 30 =

- cijferend optellen van geldbedragen tot € 100 (met 3 of 4 bedragen)

 Vermenigvuldigen

- van geldbedragen 8 x € 5.45.= / 16 x € 5,45 =

- cijferend vermenigvuldigen, verkort uitrekenen 85 x 7 = / 177 x 12 =

 Kommagetallen

- maatverfijning (1 en 2 cijfers achter de komma)

- koppelen van kommagetallen aan breuken in een context

 Klok

- tijdsduur Hoeveel minuten van 9.53 uur tot 10.07 uur?

- digitaal

- introductie van honderdsten van seconden

 Meten

- oppervlakte

- introductie hectare eb vierkante kilometer

- Inhoudsmaten (herhaling) Hoeveel glazen van 2 dl kun je vullen uit 1 l?

- introductie van m3

- dm3 en cm3 herhalen

- herleidingen kommagetallen bij gewichten (kg en g) 1.3 kg = .... g 1 kg = 250 g + .... g

 Schattend rekenen

- Optellen van meerdere geldbedragen tot € 2000,- € 596 + € 306 + € 298 =

 Breuken

- deel van een hoeveelheid uitrekenen in geldcontext 1/3 deel van € 15,-

- in context 1/3 minuut = .... Seconden 1/6 dag = .... Uur

- optellen en aftrekken van gelijknamige breuken in context

 Grafieken

- Sectordiagrammen aflezen en invullen

Voor meer informatie over rekenen 

 

Taal

Er wordt 5 keer per week aandacht besteed aan taal. Daarnaast zullen er gedurende het jaar stel-, schrijf- of presenteeropdrachten gegeven moeten worden. De taal lessen, zullen gemaakt worden op tablet m.b.v. Snappet.

 De doelen voor blok 1 en 2 zijn: 

De kinderen kunnen of kennen:
- woordenschat 12 woorden per les.
- verschillende woordsoorten van elkaar onderscheiden.
- de juiste persoonsvorm in verschillende zinnen correct toepassen.
- onderwerp en persoonsvorm vinden in een zin.

- het werkwoordelijk gezegde aanwijzen.
- leestekens hanteren in zinnen met directe en indirecte rede.
- weten dat ze door moeten lezen wanneer ze een onbekend woord in een tekst tegenkomen.
- leren 1e, 2e en 3e persoon enkelvoud en meervoud. Ze kunnen dit ook toepassen.
- leren dat het onderwerp uit één woord, uit enkele - of veel woorden kan bestaan.
- de voorzetseluitdrukkingen in betekenisvolle contexten.
- wat informeel of formeel is.
- leren dat ze onbekende woorden kunnen achterhalen door in de omgeving van het woord te kijken.
- Kunnen een fantasieverhaal schrijven.

In de onderstaande link kunt u zien en lezen hoe dit wordt aangeboden. Deze uitleg zal ook na elke les worden opgehangen in de klas.

Voor meer informatie over taal

Spelling

Er wordt 4 keer per week aandacht besteed aan spelling. Er worden twee spellingsproblemen in de week aan de kaart gesteld waar de kinderen die week mee oefenen. Spelling zal in een werkschrift gemaakt worden.

Belangrijk is dat de kinderen leren:

1. Horen (denken), nazeggen: Goed uitspreken; wat zijn moeilijke klanken?

2. Onderscheiden (auditief): Herken ik alle klankgroepen, hoor ik waar de klemtoon is?

3. Herkennen (auditief): Herken ik de categorie? Moet ik een regel toepassen? Waar moet ik een keuze maken en wat moet ik kiezen? Waarover twijfel ik?

4. Opschrijven: Zie ik het voor me? Opletten dat ik de struikelpunten goed doe. Schrijf ik duidelijk en netjes?

5. Controleren: Heb ik aan alles gedacht? Klopt het wat er nu staat? Kan ik vertellen waarom ik het woord zo heb geschreven?

6. Toepassen in eigen teksten: Herken ik tijdens het schrijven al bekende categorieën? Herken ik welke letters bij de klanken passen?

 

De doelen waar de kinderen aan zullen werken de eerste 8 weken zijn:
- woorden met ei en ij;
- woorden met een ‘s;
- woorden met i die klinkt als ie;
- woorden met au of ou;
- woorden met isch(e);
- woorden met c die klinkt als s of k;


- tegenwoordige tijd van werkwoorden;
- tegenwoordige tijd van werkwoorden met v/f of z/s wisseling;
- tegenwoordige tijd van werkwoorden met een stam op d;
- verleden tijd van zelfde klankwerkwoorden;
- verleden tijd van zelfde klankwerkwoorden met v/f of s/z wisseling;
- verleden tijd van zelfde klankwerkwoorden met een stam op d.

Voor meer informatie over spelling

 

Begrijpend lezen

Begrijpend lezen zal een keer in de week aangeboden worden met nieuwsbegrip. De kinderen krijgen elke week een actuele tekst. Dit zijn allerlei verschillende thema’s. Daarnaast krijgen de kinderen eens in de maand een tekst die zal aansluiten bij het thema van MI. Daarnaast krijgen ze eens in de maand een ander soort tekst om begrijpend lezen mee te oefenen. Dit zal allemaal in de klas gebeuren. Bij begrijpend lezen leren de kinderen strategieën. Een strategie draagt bij tot beter begrip van de tekst. De strategieën die aan bod komen zijn: voorspellen, ophelderen van onduidelijkheden, samenvatten, vragen stellen, relaties en verwijswoorden, verbanden leggen m.b.v. signaalwoorden.

 

MI

3 tot 4 keer in de week is er tijd voor MI. MI staat voor meervoudige intelligentie.

Thema “De middeleeuwen”

Bij het thema middeleeuwen werken de kinderen middels opdrachten kaarten die passen bij hun intelligentie aan het opzoeken van informatie over de middeleeuwen. Ze zullen deze informatie delen en presenteren aan de klas. Ook zullen er een aantal lessen geven worden over het thema waarbij de kinderen antwoorden krijgen op de vragen. Deze vragen krijgen ze een week van te voren mee naar huis, zodat ze deze ook thuis kunnen leren.  De vragen bij dit thema zijn:  
1.            Wat zijn Hanzesteden? Noem er 2.

2.            Wie was Floris de Vijfde?

Wat is zijn bijnaam?

Waarom werd hij zo genoemd?

3.            Wanneer en waar ontstonden de eerste dorpen?

Wanneer en waarom groeiden ze uit tot steden?

4.            Wat zijn stadsrechten? Noem er 2

5.            Wat is een gilde? Noem voordelen:

 

Thema kunst

Henri Matisse



PBS
Elke week hebben we een regel op school die centraal staat.
Hier besteden we aandacht aan in de vorm van gedragslessen, filmpjes, voorbeelden uit de praktijk etc. We werken aan onze waarden respect, verantwoordelijkheid en veiligheid.
De kinderen kunnen gedurende de week klasgenoten nomineren. Elke maandagochtend verzamelen we in de hal beneden, waar we onze Toppers bekend maken. Zij komen met hun foto op onze wall of fame te hangen. De nieuwe regel wordt besproken en uitgebeeld door een groepje leerlingen.
Eerst een fout voorbeeld, gevolgd door een voorbeeld waarin duidelijk te zien is hoe het wel moet.

Deze periode staat centraal:

- Respect: respect voor elkaar, school en klas.
- Waarden schoolbreed: respect, verantwoordelijkheid.
- Plein: Wij spelen met de materialen waarvoor het bedoeld is.
- Gang: Wij lopen rustig op de gang en hangen onze jas op de kapstok.
- Toilet: Wij laten de wc netjes achter