Naar het fotoboek

Doelen herfst- tot kerstvakantie

Rekenen 

Er wordt 4 dagen in de week aandacht besteed aan rekenen. Er wordt gewerkt met de methode Wereld in getallen. De kinderen maken de lessen via snappet, op een tablet. Het uitrekenen van de sommen doen de kinderen in een schrift. De weektaken, waarbij de kinderen oefenen wat ze geleerd hebben, maken ze ook via snappet.

 

Doelen blok 2:

Handig rekenen

-          Optellen en aftrekken tot 1000 216 + 99 = / 318 – 99 =

-          Vermenigvuldigen 6 x 36 = 216 12 x 36 = ....

-          Vermenigvuldigen 25 x 12 = / 24 x 12 =

 

Aftrekken / Optellen

-          1000 – 1 = / 30.000 – 30 =

-          Cijferend optellen van geldbedragen tot € 100 (met 3 of 4 bedragen)

 

Vermenigvuldigen

-          Van geldbedragen 8 x € 5.45.= / 16 x € 5,45 =

-          Cijferend vermenigvuldigen, verkort uitrekenen 85 x 7 = / 177 x 12 =

 

Kommagetallen

-          Maatverfijning (1 en 2 cijfers achter de komma)

-          Koppelen van kommagetallen aan breuken in een context

 

Klok

-          Tijdsduur Hoeveel minuten van 9.53 uur tot 10.07 uur?

-          Digitaal

-          Introductie van honderdsten van seconden

 

Meten

-          Oppervlakte

-          Introductie hectare eb vierkante kilometer

-          Inhoudsmaten (herhaling) Hoeveel glazen van 2 dl kun je vullen uit 1 l?

-          Introductie van m3

-          Dm3 en cm3 herhalen

-          Herleidingen kommagetallen bij gewichten (kg en g) 1.3 kg = .... g 1 kg = 250 g + .... g

 

Schattend rekenen

-          Optellen van meerdere geldbedragen tot € 2000,- € 596 + € 306 + € 298 =

 

Breuken

-          Deel van een hoeveelheid uitrekenen in geldcontext 1/3 deel van € 15,-

-          In context 1/3 minuut = .... Seconden 1/6 dag = .... Uur

-          Optellen en aftrekken van gelijknamige breuken in context

 

Grafieken

-          Sectordiagrammen aflezen en invullen

 

Doelen blok 3:

Vermenigvuldigen en delen

-          Geldbedragen vermenigvuldigen 200 x € 0,25 / € 25,25 : 25

-          Vermenigvuldigingstabel invullen

-          Delingen maken met gegeven getallen

-          Cijferend vermenigvuldigen 15 x 28 =

-          Vermenigvuldigen(6 x 7) + (4 x 7) =

-          Herhaald aftrekken 315 : 8 =

 

Aftrekken

-          Cijferend aftrekken ven geldbedragen € 98,75 - € 45,37 =

 

Kommagetallen

-          Temperatuurverschillen berekenen

 

Breuken

-          Introductie van gelijkwaardige breuken

-          Oefenen van gelijkwaardige breuken

-          Delen van een hoeveelheid Berekenen 2/3 van 1200 =

 

Meten

-          Kies de juiste lengtemaat

-          Kommagetallen bij lengtemeting

-          Oppervlakte bepalen van regelmatige en onregelmatige figuren

-          Inhouden samenvoegen (meer of minder dan 1 liter

-          Herleiding bij gewichten 1 kg = ….g / 500 g = ….kg

-          Juiste afmeting bij lengte kiezen

 

Handig rekenen

-          Vermenigvuldigen van geldbedragen…. X € 3,50 = € 7,00

-          Optellen van getallen tot 10.000 18 + 47 = / 318 + 47 = / 318 + 247 = / enz.

 

Schattend rekenen

-          Vermenigvuldigen met grote getallen 46 x 97 is ongeveer …..

-          Optellen van geldbedragen is € 50 genoeg?

 

Geld

-          Hoeveel geld (munten, briefjes) bepalen 16 briefjes van € 50 is € ….

 

Oriëntatie

-          Verkennen getallen tot 1.000.000

-          Kommagetallen op volgorde zetten 5,3 – 5,08 – 5,25 – 5,05

 

Klok

-          Tijdsduur berekenen

 

Tabellen

-          Relatie tussen cirkeldiagram en verhoudingstabel

 

Procenten

-          Introductie van procenten

-          Korting berekenen 50%, 25%, 20%, 10% korting op € 200,-

 

Grafieken

-          Aflezen en interpreteren van afstandsgrafieken en tijdgrafieken

 

Gemiddelde

-          Berekenen van het gemiddelde

 

Meetkunde

-          Positie in de ruimte bepalen

 

Bewerkingen

-          Bewerking en oplossing uit een context halen

 

Doelen van blok 4:

Vermenigvuldigen en delen

-          Geldbedragen met factor 19 en 100. 10 x € 3,60 = / 100 x € 3,90 =

-          Van geldbedragen € 1000 : 5 = / € 2200 : 5 =

-          Keersommen met factor 10, 100 en 1000 / 25 x4 / x40 / x400 / x4000

-          Cijferend vermenigvuldigen 22 x 28 = / 65 x 16 =

 

Optellen en aftrekken

-          Cijferend optellen en aftrekken van geldbedragen boven € 100,- /€ 175,65 € 621,08/ € 746,29+ € 299,95-

 

Procenten

-          Koppeling maken tussen procenten en cirkeldiagram

-          Uitrekenen van procenten

 

Tijd

-          Tijdseenheid/  1 minuut = … sec / 1 jaar = … dagen

 

Meten

-          Afstand / tijd / snelheid

 

Schattend rekenen

-          Aanbieden schattend vergelijken

-          Delen 2389 : 18 ≈ ….

 

Hoofdrekenen

-          Optellen en aftrekken van eenvoudige getallen tot 1.000.000/ 600.00 + 5.000 + 400 =/640.00 – 16.000 =

 

Kommagetallen

-          Vergelijken van kommagetallen met 1 en 2 decimalen

-          Welk kommagetal ligt het dichtst bij 3?

-          Relatie kommagetallen en breuken op de getallenlijn 1/2 = 0,… / 1/5 = 0,….

 

Wegen

-          Kilo en gram 1 kg is … zakjes van 100 g.

 

Meten

-          Schaal berekenen van afstand

-          Oppervlakte Schat de oppervlakte van …. (meerkeuzevragen)

-          Kommagetallen bij lengte en gewicht Zet de komma op de goede plek.

 

Meetkunde

Een uitslag maken / zoeken bij ruimtelijke figuren

 

Gemiddelde

-          Berekenen gemiddelde

 

Grafieken

-          Staafdiagrammen aflezen en invullen

 

Schattend rekenen

-          Alle bewerkingen Is het antwoord meer of minder uitspreken van grote getallen dan 2000?

 

Oriëntatie grote getallen

-          Uitspreken van grote getallen (> 1 miljoen)

-          Schrijf de getallen in woorden

 

Breuken

-          Oefenen gelijkwaardige breuken (ook groter dan 1)

 

Bewerkingen

-          Opgaven in context

-

Voor meer informatie over rekenen 

 

 

Taal

Er wordt 5 keer per week aandacht besteed aan taal. Daarnaast zullen er gedurende het jaar stel-, schrijf- of presenteeropdrachten gegeven moeten worden. De taal lessen zullen gemaakt worden op de tablet.

 

De doelen voor blok 2, 3 en 4 zijn:
De kinderen leren:

-          Op dinsdag 12 woordenschat woorden per les.

-          1e, 2e en 3e persoon enkelvoud en meervoud. Ze kunnen dit ook toepassen.

-          Dat het onderwerp uit één woord, uit enkele - of veel woorden kan bestaan.

-          De voorzetseluitdrukkingen in betekenisvolle contexten.

-          Wat informeel of formeel taalgebruik is.

-          Dat ze onbekende woorden kunnen achterhalen door in de omgeving van het woord te kijken.

-          Een fantasieverhaal schrijven.

-          Wat een bezittelijk voornaamwoord is, kunnen er een benoemen en invullen in een zin.

-          Onderscheid maken tussen een hoofdzin en een bijzin.

-          Wat een lijdend voorwerp is.

-          Wat leenwoorden zijn en kunnen leenwoorden aanwijzen in een tekst.

-          Dat ze de betekenis van een onbekend woord kunnen afleiden door goed naar de samenstelling van een woord te kijken.

-          een tekst te schrijven, te reviseren en een eind versie te maken.

-          In een zin het gezegde en het lijdend voorwerp benoemen.

-          Wat een bepaling is. Een bepaling van tijd of van plaats.

-          Een zelfstandig naamwoord, een hulpwerkwoord en het gezegd in een zin herkennen en benoemen.

-          Wat beeldspraak is.

-          Dat ze de betekenis van een onbekend woord kunnen achterhalen door de eerste drie stappen van het stappenplan “onbekend woord” uit te voeren.

Voor meer informatie over taal

Spelling

Er wordt 4 keer per week aandacht besteed aan spelling. Er worden twee spellingsproblemen in de week aan de kaart gesteld waar de kinderen die week mee oefenen. Spelling zal in een werkschrift gemaakt worden.

Belangrijk is dat de kinderen leren:

1. Horen (denken), nazeggen: Goed uitspreken; wat zijn moeilijke klanken?

2. Onderscheiden (auditief): Herken ik alle klankgroepen, hoor ik waar de klemtoon is?

3. Herkennen (auditief): Herken ik de categorie? Moet ik een regel toepassen? Waar moet ik een keuze maken en wat moet ik kiezen? Waarover twijfel ik?

4. Opschrijven: Zie ik het voor me? Opletten dat ik de struikelpunten goed doe. Schrijf ik duidelijk en netjes?

5. Controleren: Heb ik aan alles gedacht? Klopt het wat er nu staat? Kan ik vertellen waarom ik het woord zo heb geschreven?

6. Toepassen in eigen teksten: Herken ik tijdens het schrijven al bekende categorieën? Herken ik welke letters bij de klanken passen?

 

De doelen waar de kinderen aan zullen werken de komende 8 weken zijn:
Spelling:

-          Woorden met au/ou.

-          Woorden die eindigen op –isch(e).

-          Woorden met een /c/, waarbij je een /s/ of /k/ hoort.

-          Woorden met een /b/, die klinkt als een /p/.

-          Woorden met /th/, die klinken als /t/.

-          Verkleinwoorden als -aatje, -ootje, -uutje.

-          Woorden met hoofdletter.

-          Woorden met achtervoegsel -heid of -teit

-          Woorden met -ge die klinkt als -zje.

 

Werkwoord spelling

-          Verleden tijd van zelfde-klankwerkwoorden.

-          Verleden tijd van zelfde-klankwerkwoord met stam op -t.

-          Verleden tijd van zelfde-klankwerkwoord met stam op -d of -t.

-          Verleden tijd van andere- klankwerkwoord.

-          Verleden tijd van andere -klankwerkwoord met een v/f of z/s wisseling. 

-          Verleden tijd van andere -klankwerkwoord met stam op -d of -t

 

Voor meer informatie over spelling

 

Begrijpend lezen

Begrijpend lezen zal een keer in de week aangeboden worden met nieuwsbegrip. De kinderen krijgen elke week een actuele tekst. Dit zijn allerlei verschillende thema’s. Daarnaast krijgen de kinderen eens in de maand een tekst die zal aansluiten bij het thema van MI. Daarnaast krijgen ze eens in de maand een ander soort tekst om begrijpend lezen mee te oefenen. Dit zal allemaal in de klas gebeuren. Bij begrijpend lezen leren de kinderen strategieën. Een strategie draagt bij tot beter begrip van de tekst. De strategieën die aan bod komen zijn: voorspellen, ophelderen van onduidelijkheden, samenvatten, vragen stellen, relaties en verwijswoorden, verbanden leggen m.b.v. signaalwoorden.

 

MI

3 tot 4 keer in de week is er tijd voor MI. MI staat voor meervoudige intelligentie.

Thema Noord-Europa:

De kinderen gaan vragen maken over Noord-Europa. Deze vragen gaan onder andere over: het klimaat, bosbouw, natuur, olie en gas toerisme, midzomernacht(zon) en waterkracht.
Voor dit thema hebben de kinderen twee toetsen die ze moeten leren.
Een toets waarbij ze vragen moeten leren. Deze vragen worden in de klas behandelt en zullen ze thuis moeten gaan leren. En ze krijgen een topografie toets. Om dit te leren krijgen de kinderen het onderstaande wachtwoord voor topomania. Hiermee kunnen ze op de computer thuis en op school  oefenen.

Dit is de inlogcode :
www.topomania.net
Gebruikersnaam:            hetkompasoverdinkel
wachtwoord:                    hetkompasgroep78

Klik links bovenin op ‘kaarten’
> Klik op ‘kaarten zoeken’
> Typ  het Kompas
> Klik op ‘zoeken’
> Klik op ‘kaarten andere gebruikers’
> kies de kaart die je wilt oefenen         
Bij dit thema kiezen de kinderen dan Noord-Europa.

 

De vragen die ze voor de toets zullen moeten kunnen beantwoorden zijn:

1.       Wat zijn kenmerken van een land-, zee- en poolklimaat?

2.       Wat zijn fjorden? Hoe zijn ze ontstaan en hoe zien ze eruit?

3.       Wat is een geiser? Waarom zijn er zoveel op IJsland?

4.       Waarom gaan toeristen naar Noord-Europa?

5.       Waar ligt Lapland? Welk volk leeft daar en waar leven ze van?

Thema Paddenstoelen:

De kinderen krijgen de opdracht om een poster te maken over het thema paddenstoelen. Hierin moeten zij informatie zelfstandig gaan opzoeken. De opdracht voor de kinderen is als volgt:

1.       De poster ziet er aantrekkelijk door gebruik van plaatjes, tekeningen, kleuren etc.

2.       Je legt uit in ieder geval wat een paddenstoel is, wat schimmels zijn, welke delen een paddenstoel heeft (moet in een tekening duidelijk worden gemaakt ) en wat sporen zijn.

3.       Jouw teksten zijn zelf geschreven; geen knip/plak werk!

4.       Jouw teksten hebben geen spellingsfouten.

5.       Je hebt netjes en nauwkeurig gewerkt.

PBS

Elke week hebben we een regel op school waar we extra aandacht aan besteden middels gedragslessen. In deze gedragslessen geven we aan wat we graag van de kinderen zouden willen zien. Maar ook geven we een foutief voorbeeld. We bespreken wat er mis gaat. Vervolgens laat de leerling nog een goed voorbeeld zien. Daarna zullen wij als leerkrachten toppie’s uitdelen aan de kinderen die het goede gedrag laten zien. Met deze toppie’s sparen de kinderen voor leuke beloningen.

 

De onderwerpen voor de komende periode zijn:

-          Gedrag op de trap

-          Stop, hou op

-          De netheid van het plein

-          Het toilet

-          Gang: kapstok en lopen

-          Waarden schoolbreed