Naar het fotoboek

Doelen voorjaars- t/m meivakantie

Rekenen

blok 6:

Getalbegrip 

- verkennen getallen > 1.000.000

- oefenen met kommagetallen met drie decimalen op de getallenlijn

Optellen en aftrekken

- getallen tot 500.000 ( 400.000 – 50 = / 400.00 + 50 =)

- cijferend aftrekken van geldbedragen tot € 1000,-

 

Delen en vermenigvuldigen

- delen met de rekenmachine

- herhaald aftrekken (861 : 14 =)

- vermenigvuldigen (6 x 35 =  3 x 70 = …)

- cijferend vermenigvuldigen (67 x 33 = / 67 x 63 =)

- geldbedragen vermenigvuldigen ( 10 x € 2,50 = / € 719 : 10 =)

 

Schattend rekenen

- Is het meer of minder dan 1.000.000?

 Breuken

- vergelijken van gelijkwaardige breuken < 1

 Procenten

- uitrekenen van procenten ( 1% = / 8% =)

 Geld

- wisselgeld teruggeven

  Meten

- lengte, kommagetallen bij meters

- oppervlakte bepalen bij (on)regelmatige figuren

- inhoudsmaten met en zonder komma

 Meetkunde

- bouwsels

 Verhoudingen

- aanbieden vergelijkingen

 Grafieken

- cirkeldiagram

- aflezen van percentages

blok 7  

 Vermenigvuldigen

- Hoe vaak zit € 5,50 in € 33,-?

- cijferend vermenigvuldigen 67 x 26 =

- cijferend vermenigvuldigen 6 x 1425 =

Delen

- herhaald aftrekken 6230 : 35 =

 Afronden

- getallen  < 1.000.000 op een 100.000-tal

-5.865.000 ≈ 5.900.000 of 5,9 miljoen

 

Breuken 

gelijkwaardige breuken maken 1/2 = ../4 = ../8

- vergelijken van breuken en verschil bepalen 1/2 en 1/5; wat is meer en wat is het verschil?

- deel van een hoeveelheid 1/5 deel van 20, 200, 1000, 1500

 

Tijd

- tijdsduur berekenen

 

Meten

- maat kiezen uit verschillende maatsystemen lengte-, gewicht- en inhoudsmaten –

- kaart lezen en gebruiken hoeveel km is de route?

- wegen van  pond en ons 1 kg = … ons / 1 kg = … pond

- combineren inhoudsmaten (kubieke maten en litermaten) - schaal aflezen, gebruiken en berekenen

- meters en kilometers wat is de afstand?

- inhoud berekenen

 

Meetkunde

 - bovenaanzicht en plaatsbepaling

 

Gemiddelde

-berekenen

 

Handig rekenen

- optellen en aftrekken 4350 + 150 = / 4750 – 150 =

-  optellen en aftrekken 1452 + 1239 + 548 = 84.920 – 84.898 = 

 

Oriëntatie

- tellen met sprongen tot 1 miljoen

 

Optellen en aftrekken

- cijferend optellen en aftrekken Rekenmachine

- uitkomsten van delingen afronden

- cijferend aftrekken van geldbedragen tot € 10.000 € 5.748,50 - € 2.256,75

 

Kommagetallen

- optellen en aftrekken van eenvoudige kommagetallen 2,3 + 1,5 =

- van klein naar groot zetten

 Procenten

- ongeveer uitrekenen van percentage in toepassingssituaties  19 van 198

- hoeveel procent ongeveer?

- schatten van percentage in een cirkel hoeveel procent is gekleurd?

 -  …% meer (meer dan 100%; de nieuwe hoeveelheid bepalen 800 g – tijdelijk 5% meer

 

Grafieken

- interpreteren en samenstellen van een staafdiagram (met meerdere gegevens) en een lijngrafiek

 

Schattend rekenen

 - vermenigvuldigen en delen 39 x 51 ≈ / 9985 : 50 ≈

 

Bewerkingen

- opgaven in context

 

Taal

Leerdoelen Taal actief 4

De kinderen krijgen elke dag een instructie les taal m.b.v. de “instapkaart”. Na de instructie en inoefening gaan de kinderen de les verwerken op hun tablet. 

In thema 6 leren ze:
- de drie hoofdvormen van het werkwoord: infinitief, persoonsvorm en voltooid deelwoord; 
- wat een meewerkend voorwerp is en kunnen deze herkennen en benoemen in een zin;
- wat de onderwerps- en voorwerpsvorm van persoonlijke voornaamwoorden zijn ;
- dat zinnen soms dubbelzinnig kunnen zijn. Ze herkennen ambigu taalgebruik;

In thema 7 leren de kinderen:

- De betekenis van minimaal 36 woorden binnen het thema verzamelingen.

- De kinderen leren wat een aanwijzend voornaamwoord is.

- De kinderen kunnen een conflictgesprek oplossingsgericht voeren. Ze denken na over de effecten van hun eigen communicatief gedrag.

- De kinderen leren dat een bijvoeglijk naamwoord ook zonder zelfstandig  naamwoord kan voorkomen in de zin. 

- De kinderen leren dat er nevenschikkende zinnen zijn, die uit twee hoofdzinnen bestaan.

- De kinderen de functie van de puntkomma en leren deze toe te passen.

- De kinderen leren hoe ze woorden met twee of meer betekenissen moeten opzoeken in het woordenboek en controleren of deze betekenis klopt.

Voor meer informatie over taal

Spelling

Leerdoelen Taal actief 4: spelling en (werkwoordspelling)

 

1. Horen (denken), nazeggen: Goed uitspreken; wat zijn moeilijke klanken?

2. Onderscheiden (auditief): Herken ik alle klankgroepen, hoor ik waar de klemtoon is?

3. Herkennen (auditief): Herken ik de categorie? Moet ik een regel toepassen? Waar moet ik een keuze maken en wat moet ik kiezen? Waarover twijfel ik?

4. Opschrijven: Zie ik het voor me? Opletten dat ik de struikelpunten goed doe. Schrijf ik duidelijk en netjes?

5. Controleren: Heb ik aan alles gedacht? Klopt het wat er nu staat? Kan ik vertellen waarom ik het woord zo heb geschreven?

6. Toepassen in eigen teksten: Herken ik tijdens het schrijven al bekende categorieën? Herken ik welke letters bij de klanken passen?

 

In thema 5 leren de kinderen:

 

De doelen waar we aan werken de komende periode zijn;

-woorden met -cht of –ch;
- woorden met -tie of – ctie;

- woorden met –iaal, ieel, -ueel

- verleden tijd van andere-klankwerkwoorden met wijziging van een medeklinker;

- verleden tijd van werkwoorden met een stam op –d of –t;

- verleden tijd met een bijkomend spellingprobleem.  

- woorden met meervoud op ’s en bezittelijke ‘s (bijvoorbeeld piano’s);
- woorden met een trema (bijvoorbeeld knieën);
- stoffelijk bijvoeglijke naamwoorden (bijvoorbeeld de ijzeren ring);
- voltooid deelwoorden van andere-klankwerkwoord (bijv. roepen-riepen-geroepen);
- voltooid deelwoord van een andere-klankkwerkwoord met een f-v of z-s wisseling;
- voltooid deelwoord van zelfde- en andere-klankwerkwoorden.

 

 

In thema 6 leren de kinderen:

-woorden met een c die klinkt als een s of k; 
- woorden met eind-d of midden-d die klinkt als een t;

- woorden met een open lettergreep (jager) ;
- woorden met een verdubbeling van de medeklinker  (bakker);

- voltooid deelwoord van zelfde klank-werkwoorden normaal;

- voltooid deelwoord op d van zelfde-klankwerkwoorden, met v/f, z/s-wisseling;

- voltooid deelwoord van zelfde-klankwerkwoorden.  

 

Begrijpend lezen

Twee keer per week oefenen de kinderen begrijpend lezen. Eén keer oefenen we m.b.v. Nieuwsbegrip. Dit zijn actuele teksten waarbij elke week een andere strategie geoefend wordt. Deze strategie draagt bij tot beter begrip van de tekst. De strategieën die aan bod komen zijn: voorspellen, ophelderen van onduidelijkheden, samenvatten, vragen stellen, relaties en verwijswoorden, verbanden leggen m.b.v. signaalwoorden.  Voor de 2e les begrijpend lezen maken we gebruik van een tekst die past bij het thema MI, een tekst uit het CITO-hulpboek of een leestekst die hoort bij Blits, onze methode voor studievaardigheden.

 

MI

Thema West Europa

1.       Waarom is de Europese Unie opgericht?

Noem 3 voordelen van de Europese unie.

2.       Als je 18 jaar bent heb je kiesrecht. Wie mag je kiezen en wat doen zij in Europa?

3.       Waarom wordt in Frankrijk veel

wijn verbouwd? Hoe komt men aan de naam van de wijn?

4.       Wat zijn de kenmerken van een zeeklimaat?
Wat heeft de westenwind hiermee te maken?
Noem 3 West-Europese landen met een zeeklimaat.

5.       Hoe wordt voorkomen dat sommige vissoorten uitsterven

 

Thema “80 jaar oorlog”

De vragen voor dit thema zijn:

1. Waarom is Willem van Oranje zo belangrijk voor Nederland? Waar komen de namen Nassau en Oranje vandaan?

2. Wat is de beeldenstorm?

3. Wanneer en waarom was de Tachtigjarige Oorlog?

4. Wie was Karel de V?

5. Waarmee waren Martin Luther en zijn volgelingen het niet eens?

Deze vragen zijn onder voorbehoud en kunnen nog gewijzigd worden.

 

PBS

Elke week hebben we een regel op school waar we extra aandacht aan besteden middels gedragslessen. In deze gedragslessen geven we aan wat we verwachten te zien. Maar ook geven we een foutief voorbeeld. We bespreken wat er mis gaat. Vervolgens laat de leerling nog een goed voorbeeld zien. Daarna zullen wij als leerkrachten toppie’s uitdelen aan de kinderen die het goede gedrag laten zien. Met deze toppie’s sparen de kinderen voor leuke beloningen.

 

De onderwerpen zijn:
Werkplekken (werk meenemen, werkplek netjes achterlaten)

Schoolbreed (de afspraken over respect binnen de school)

De gang (rustig lopen, handen thuis houden)