Naar het fotoboek

Doelen kerst- t/m voorjaarsvakantie

Rekenen 

Er wordt 4 dagen in de week aandacht besteed aan rekenen. Er wordt gewerkt met de methode Wereld in Getallen. De lessen maken wij op de tablet via snappet.

 

Doelen van blok 4:

Vermenigvuldigen en delen

-          Geldbedragen met factor 19 en 100. 10 x € 3,60 = / 100 x € 3,90 =

-          Van geldbedragen € 1000 : 5 = / € 2200 : 5 =

-          Keersommen met factor 10, 100 en 1000 / 25 x4 / x40 / x400 / x4000

-          Cijferend vermenigvuldigen 22 x 28 = / 65 x 16 =

 

Optellen en aftrekken

-          Cijferend optellen en aftrekken van geldbedragen boven € 100,- /€ 175,65 € 621,08/ € 746,29+ € 299,95-

 

Procenten

-          Koppeling maken tussen procenten en cirkeldiagram

-          Uitrekenen van procenten

 

Tijd

-          Tijdseenheid/  1 minuut = … sec / 1 jaar = … dagen

 

Meten

-          Afstand / tijd / snelheid

 

Schattend rekenen

-          Aanbieden schattend vergelijken

-          Delen 2389 : 18 ≈ ….

 

Hoofdrekenen

-          Optellen en aftrekken van eenvoudige getallen tot 1.000.000/ 600.00 + 5.000 + 400 =/640.00 – 16.000 =

 

Kommagetallen

-          Vergelijken van kommagetallen met 1 en 2 decimalen

-          Welk kommagetal ligt het dichtst bij 3?

-          Relatie kommagetallen en breuken op de getallenlijn 1/2 = 0,… / 1/5 = 0,….

 

Wegen

-          Kilo en gram 1 kg is … zakjes van 100 g.

 

Meten

-          Schaal berekenen van afstand

-          Oppervlakte Schat de oppervlakte van …. (meerkeuzevragen)

-          Kommagetallen bij lengte en gewicht Zet de komma op de goede plek.

 

Meetkunde

-          Een uitslag maken / zoeken bij ruimtelijke figuren

 

Gemiddelde

-          Berekenen gemiddelde

 

Grafieken

-          Staafdiagrammen aflezen en invullen

 

Schattend rekenen

-          Alle bewerkingen Is het antwoord meer of minder uitspreken van grote getallen dan 2000?

 

Oriëntatie grote getallen

-          Uitspreken van grote getallen (> 1 miljoen)

-          Schrijf de getallen in woorden

 

Breuken

-          Oefenen gelijkwaardige breuken (ook groter dan 1)

 

Bewerkingen

-          Opgaven in context

 

 

Doelen blok 5:

Handig rekenen

-          Aftrekken             800 – 315 – 315 =

-          Optellen van geldbedragen

 

Rekenmachine

-          Werken met de rekenmachine

 

Breuken

-          Deel van het geheel         1/4 deel van 200,-

-          Deel van een hoeveelheid als breuk noteren 100 van de 500 is 1/5 deel

-          (ver)Delen van gehelen 5 pannenkoeken net zijn drieën delen

-          Deel van het geheel         20 minuten is … deel van 1 uur

 

Tijd

-          Kalender (herhaling)

 

Meten

-          Lengte / gewicht / oppervlakte\

-          Overeenkomsten en verschillen tussen de verschillende maatsystemen

-          Rij van oppervlaktematen, inclusief herleidingen

-          Inhoud kies de juiste inhoudsmaat

-          Temperatuur boven nul en onder nul

-          Lengte welke auto past in de garage?

 

Verhoudingen

-          540 km op 45 l dat is 1 op de ….

-          Verhoudingen omzetten in een breuk en andersom              7 van de 10  7/10

 

Wegen

-          Introductie van het begrip ton 5000 kg = … ton

-          Kies het juiste gewicht

 

Optellen

-          Cijferend optellen van geldbedragen tot € 1000,-

 

Kommagetallen

-          Oefenen met kommagetallen met drie decimalen op de getallenlijn.

-          Bij welk getal ligt het kommagetal het dichtst?

 

Schattend rekenen

-           Vermenigvuldigen            5 x 19 ≈ / 21 x 72 ≈

 

Vergelijkingen

-          Aanbieden vergelijkingen

 

Afronden

-          Afronden van geldbedragen

 

Vermenigvuldigen

-          Cijferend vermenigvuldigen 95 x 33 = / 95 x 36 =

 

Procenten

-          Korting uitrekenen € 80,-, 20% korting, de nieuwe prijs is € …..

-          Korting en nieuwe prijs uitrekenen

 

Bewerkingen

-          Alle bewerkingen lange sommen

-          Opgaven in context

-

Romeinse cijfers

-          Introductie

 

Optellen en aftrekken

-          Cijferend optellen en aftrekken (herhaling)

 

Delen

-          Herhaald aftrekken          312 : 14 =

 

Meetkunde

-          Bouwsels / vooraanzicht / zijaanzicht/ plattegrond / positie van de blokken

 

Voor meer informatie over rekenen 

 

 

Taal

Er wordt 5 keer per week aandacht besteed aan taal. Daarnaast zullen er gedurende het jaar stel-, schrijf- of presenteeropdrachten gegeven moeten worden. De taallessen, zullen gemaakt worden op de tablet (snappet).

 

In blok 5 leren de kinderen:

-            Wat een voltooid deelwoord is en leren het herkennen in een zin;

-            Wat bijwoorden zijn en kunnen bijwoorden benoemen in een zin;

-            Wat hoofdzinnen en bijzinnen zijn en kunnen deze verbinden door middel van middel van causale voegwoorden;

-            Wat een apostrof is en kunnen deze toepassen in een zin;

-            Dat ze de door hen gevonden betekenis van een onbekend woord altijd moeten controleren.

-            Ze leren dit door zich af te vragen of de gevonden betekenis logisch past in de context.

 

In thema 6 leren de kinderen:

-          De drie hoofdvormen van het werkwoord: infinitief, persoonsvorm en voltooid deelwoord;

-          Wat een meewerkend voorwerp is en kunnen deze herkennen en benoemen in een zin;

-          Wat de onderwerps- en voorwerpsvorm van persoonlijke voornaamwoorden zijn ;

-          Dat zinnen soms dubbelzinnig kunnen zijn. Ze herkennen ambigu taalgebruik.

 

 

 

Voor meer informatie over taal

 

Spelling

Er wordt 5 keer per week aandacht besteed aan spelling. Er worden twee spellingsproblemen in de week aan de kaart gesteld waar de kinderen die week mee oefenen. Spelling zal in een werkboek gemaakt worden.

Belangrijk is dat de kinderen leren:

1. Horen (denken), nazeggen: Goed uitspreken; wat zijn moeilijke klanken?

2. Onderscheiden (auditief): Herken ik alle klankgroepen, hoor ik waar de klemtoon is?

3. Herkennen (auditief): Herken ik de categorie? Moet ik een regel toepassen? Waar moet ik een keuze maken en wat moet ik kiezen? Waarover twijfel ik?

4. Opschrijven: Zie ik het voor me? Opletten dat ik de struikelpunten goed doe. Schrijf ik duidelijk en netjes?

5. Controleren: Heb ik aan alles gedacht? Klopt het wat er nu staat? Kan ik vertellen waarom ik het woord zo heb geschreven?

6. Toepassen in eigen teksten: Herken ik tijdens het schrijven al bekende categorieën? Herken ik welke letters bij de klanken passen?

 

De doelen waar de kinderen aan zullen werken de komende 8 weken zijn:
Spelling:

-          Woorden met -cht of –ch;

-          Woorden met -tie of – ctie;

-          Woorden met –iaal, ieel, -ueel

-          Woorden met een c die klinkt als een s of k;

-          Woorden met eind-d of midden-d die klinkt als een t;

-          Woorden met een open lettergreep (jager) ;

-          Woorden met een verdubbeling van de medeklinker  (bakker);

 

Werkwoord spelling

-          Verleden tijd van andere-klankwerkwoorden met wijziging van een medeklinker;

-          Verleden tijd van werkwoorden met een stam op –d of –t;

-          Verleden tijd met een bijkomend spellingprobleem.

-          Voltooid deelwoord van zelfde klank-werkwoorden normaal;

-          Voltooid deelwoord op d van zelfde-klankwerkwoorden, met v/f, z/s-wisseling;

-          Voltooid deelwoord van zelfde-klankwerkwoorden.

Voor meer informatie over spelling

 

 

Begrijpend lezen

Begrijpend lezen zal een keer in de week aangeboden worden met nieuwsbegrip of teksten die gaan over de MI-thema’s. De kinderen krijgen elke week een tekst. Dit zijn allerlei verschillende thema’s. Daarnaast krijgen ze eens in de maand een ander soort tekst om begrijpend lezen mee te oefenen. Dit zal allemaal in de klas gebeuren. Bij begrijpend lezen leren de kinderen strategieën. Een strategie draagt bij tot beter begrip van de tekst. De strategieën die aan bod komen zijn: voorspellen, ophelderen van onduidelijkheden, samenvatten, vragen stellen, relaties en verwijswoorden, verbanden leggen m.b.v. signaalwoorden.

 

MI

3 tot 4 keer in de week is er tijd voor MI. MI staat voor meervoudige intelligentie. De komende periode komen de volgende thema’s aanbod:

Ontdekkingsreizen

Bij dit geschiedenisthema is er geen topografie kaart.  De kinderen werken aan kaarten waar ze verschillende opdrachten maken. Ze kunnen dit samen of alleen doen. Daarnaast zijn er instructie momenten waarin er gekeken wordt naar de volgende vragen die bij dit thema horen:

1.       Wat is een kolonie? Geef twee voorbeelden van (voormalige) Nederlandse koloniën.

2.       Wie was Erasmus?

Waarom was hij belangrijk?

3.       Waarom en hoe werd in de 16e eeuw de wereld ontdekt en veroverd?
Leg uit aan de hand van 2 voorbeelden.

4.       Wie was Columbus en wat ontdekte hij?

5.       Hoe werd Nova Zembla ontdekt?

 Tachtigjarige Oorlog.

 

1.     Wie was Karel de V?

2.     Waarmee waren Martin Luther en zijn volgelingen het niet eens?

3.     Wat is de beeldenstorm?

4.     Wanneer en waarom was de Tachtigjarige Oorlog?

5.      Waarom is Willem van Oranje zo belangrijk voor Nederland? Waar komen de namen Nassau en Oranje vandaan?

 

PBS

Elke week hebben we een regel op school waar we extra aandacht aan besteden middels gedragslessen. In deze gedragslessen geven we aan wat we graag van de kinderen zouden willen zien. Maar ook geven we een foutief voorbeeld. We bespreken wat er mis gaat. Vervolgens laat de leerling nog een goed voorbeeld zien. Daarna zullen wij als leerkrachten toppie’s uitdelen aan de kinderen die het goede gedrag laten zien. Met deze toppie’s sparen de kinderen voor leuke beloningen.

 

De onderwerpen voor de komende periode zijn:
- respect voor de school, klaslokaal en elkaar;
- regels voor het plein, de toilet, gang, de trap;
- Stop hou op – regel