Naar het fotoboek

Doelen herfst- tot kerstvakantie

Doelen groep 8

Rekendoelen vervolg blok 2A

Bewerkingen:
- cijferend delen
- toepassingen, contextopgaven
Percentages:
- uitrekenen van een prijsverhoging: gespaard en rente

Rekendoelen blok 3A
Getallen:
- grote getallen afronden op 100.000, op 2 manieren noteren en uitspreken

Breuken:
- optellen en aftrekken van ongelijknamige breuken
- delen met breuken
Meten:
- afrondend rekenen bij het bepalen van oppervlakte
- herhalen van schaal , schaalbegrip
- rekenen met verschillende gewichtsaanduidingen

Tabellen:
- afstandstabel aflezen en interpreteren
Meetkunde:
- puntcoördinaten aflezen en tekenen binnen een assenstelsel

Bewerkingen:
- cijferend vermenigvuldigen
- verschillende bewerkingen schattend uitvoeren

 - delen met rest (hoofdrekenen en met de rekenmachine)

- toepassingen (contextopgaven)

Percentages:
- uitrekenen van het totaal aan de hand van een percentage: 20% = €25,- Hoeveel is 100%?
Grafieken:
- afstand-tijdgrafieken aflezen, interpreteren en maken

Kommagetallen:
- vermenigvuldigen van eenvoudige kommagetallen

Rekenmachine:
rekenen met percentages

 

Rekendoelen start blok 4A

Breuken:
- optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen met breuken

Meten:
- bij een gegeven schaal oppervlakten en inhouden vergelijken en berekenen

- toepassingen van verschillende maten

Bewerkingen:
- delen: doordelen achter de komma

Grafieken:
- beeldgrafiek aflezen, interpreteren en ermee rekenen
Kommagetallen:
- delen met kommagetallen
Relatie tussen breuken, percentages en verhoudingen

 

Voor meer informatie  (voorbeeldsommen bij bovenstaande  rekendoelen)

Taal

De kinderen krijgen elke dag een instructie les taal m.b.v. de “instapkaart”. Na de instructie en begeleide inoefening volgt de verwerking van de lesstof op de tablet. 

Lesdoelen thema 3 reizen:
Woordenschat: de leerling kent de betekenis (passief en actief) van 40 themawoorden.

Taal verkennen:
De leerling leert:
- wat functiewoorden zijn en leert deze te benoemen
- wanneer hoofdletters gebruikt moeten worden
- dat er 2 soorten samengestelde zinnen zijn en uit welke delen een samengestelde zin bestaat
- dat bij sommige werkwoorden een vast voorzetsel hoort

Lesdoelen thema 4 helden:
Woordenschat: de leerling kent de betekenis (passief en actief) van 40 themawoorden.

Taal verkennen:
De leerling leert:
- wat telwoorden zijn en leert deze te benoemen
- wanneer een komma, puntkomma en dubbele punt moeten worden gebruikt
- het verschil tussen een bedrijvende en lijdende zin
- wat een wederkerend voornaamwoord is

Voor meer informatie t.a.v. regels, voorbeelden, uitleg (instapkaarten)

Spelling
Werkwijze:

1. Horen (denken), nazeggen: Goed uitspreken; wat zijn moeilijke klanken?

2. Onderscheiden (auditief): Herken ik alle klankgroepen, hoor ik waar de klemtoon is?

3. Herkennen (auditief): Herken ik de categorie? Moet ik een regel toepassen? Waar moet ik een keuze maken en wat moet ik kiezen? Waarover twijfel ik?

4. Opschrijven: Zie ik het voor me? Opletten dat ik de struikelpunten goed doe. Schrijf ik duidelijk en netjes?

5. Controleren: Heb ik aan alles gedacht? Klopt het wat er nu staat? Kan ik vertellen waarom ik het woord zo heb geschreven?

6. Toepassen in eigen teksten: Herken ik tijdens het schrijven al bekende categorieën? Herken ik welke letters bij de klanken passen?


Lesdoelen spelling en werkwoordspelling
thema 3 reizen:

De leerling leert:

- samenstellingen met een koppelteken, bijvoorbeeld zee-egel
- woorden met een trema, bijvoorbeeld knieën 
- woorden met ‘s, bijvoorbeeld ’s morgens, piano’s
- het bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord van andere-klankwerkwoorden 
- het bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord van zelfde- en andere-klankwerkwoorden 

Lesdoelen spelling en werkwoordspelling thema 4 helden:

De leerling leert:

- woorden met iaal, ieel, ueel, bijvoorbeeld liniaal, financieel, actueel

- woorden met meervoud op iken, iten, esen, eten, bijvoorbeeld leeuweriken

- woorden met een lange of korte klank aan het einde van de klankgroep, bijvoorbeeld jager, bakker
- het hele werkwoord in een zin

- werkwoorden waarbij de verleden tijd hetzelfde klinkt als het hele werkwoord

- het tegenwoordig deelwoord, bijvoorbeeld ik ga lopend naar school.

Voor meer informatie over bovenstaande spellingsregels (instapkaarten)

 

Begrijpend lezen

Twee keer per week oefenen de kinderen begrijpend lezen. Eén keer oefenen we m.b.v. Nieuwsbegrip. Dit zijn actuele teksten waarbij elke week een andere strategie geoefend wordt. Deze strategie draagt bij tot beter begrip van de tekst. De strategieën die aan bod komen zijn: voorspellen, ophelderen van onduidelijkheden, samenvatten, vragen stellen, relaties en verwijswoorden, verbanden leggen m.b.v. signaalwoorden.

Voor de 2e les begrijpend lezen maken we gebruik van een tekst die past bij het thema MI of een tekst uit het CITO-hulpboek. Daarnaast is er 1 keer per week een les uit Blits, onze methode voor studievaardigheden. We oefenen dan met studieteksten, informatiebronnen, kaarten en schema’s/tabellen/grafieken.


MI
Thema Pruiken en Revoluties
De leerlingen werken alleen of samen aan de opdrachtkaarten. De kaarten sluiten aan bij de
8 verschillende intelligenties. De kinderen presenteren tussentijds aan elkaar wat ze hebben gedaan en wat ze ervan hebben geleerd.
Elke week wordt er een leerkrachtles gegeven. Deze les sluit met name aan op de 5 vragen. Regelmatig wordt er klassikaal bekeken of we al antwoord op de vragen hebben gevonden. Deze antwoorden noteren we en vullen we steeds aan waar nodig.

Aan het eind van het thema moet de leerling in ieder geval antwoord kunnen geven op de volgende
5 vragen:

1.       Wat zijn patriotten? Van wie kregen zij hulp?

2.       Waar en hoe woonden veel rijken in de Pruikentijd?

3.       Wie was Napoleon? Leg uit waarom hij zo’n belangrijke persoon was.

4.       Wat hebben we aan de Franse tijd over gehouden? Noem minimaal 5 dingen.

5.       Wie was Eise Eisinga? Leg uit waarom hij zo’n belangrijke persoon was.



Mediawijsheid
In het kader van mediawijsheid doen we mee aan het programma MediaMasters.
Spelenderwijs maken leerlingen kennis met de kansen en de gevaren van media.

 

PBS

Elke week hebben we een regel op school die centraal staat.
Hier besteden we aandacht aan in de vorm van gedragslessen, filmpjes, voorbeelden uit de praktijk etc. We werken aan onze waarden respect, verantwoordelijkheid en veiligheid.
De kinderen kunnen gedurende de week klasgenoten nomineren. Elke maandagochtend verzamelen we in de hal beneden, waar we onze Toppers bekend maken. Zij komen met hun foto op onze wall of fame te hangen. De nieuwe regel wordt besproken en uitgebeeld door een groepje leerlingen.
Eerst een fout voorbeeld, gevolgd door een voorbeeld waarin duidelijk te zien is hoe het wel moet.

Deze periode staat centraal:

Toilet

- We laten de toilet netjes achter voor een ander

Trap

- We lopen rechts op de trap

- We lopen veilig op de trap

Stop, Loop, Praat

- Als je gekwetst wordt door woorden/gedrag, of als je ziet dat een ander kwetst:
STOP: zeg ‘stop’ en geef het stopsignaal

LOOP: loop weg als het gedrag niet stopt
PRAAT: als het nog niet stopt, ga dan naar een volwassene en vertel het probleem

Plein

- Wij spelen met de materialen waarvoor het bedoeld is.
Gang
- Wij lopen rustig op de gang en hangen onze jas op de kapstok

Waarden schoolbreed

- Respect, verantwoordelijkheid, veiligheid